Wedstrijdreglement

Laatste revisie zoals vastgesteld tijdens de ALV van 4 september 2015

Reglement interne competitie

Artikel 1         Spelregels

Art. 1.1         De partijen worden gespeeld volgens het geldende FIDE-reglement.

Artikel 2         Opzet competitie

Art. 2.1         De competitie wordt gespeeld in één of meer groepen, afhankelijk van het aantal deelnemers aan de competitie. Deze groepen worden genummerd en heten in volgorde van afnemende speelsterkte Groep 1, Groep 2, enzovoorts.

Art. 2.2         Alle groepen spelen een winter- en lentecompetitie volgens het in Artikel 4 beschreven puntensysteem. De wintercompetitie loopt van de tweede vrijdag in september tot eind januari. De lentecompetitie begint na afloop van de wintercompetitie en duurt tot de één na laatste vrijdag in juni.

Art. 2.3         Iedere speelronde begint om 20.00u.

Artikel 3         Kampioenschap, promotie en degradatie

Art. 3.1         Kampioen van de Capelse Schaak Vereniging is de speler die de meeste punten in de winter- en lentecompetitie samen (dus de punten van beide competities opgeteld) heeft gescoord. Indien dit geen winnaar oplevert dan wordt achtereenvolgens de kampioen bepaald op basis van:

1) Het hoogste scoringspercentage.

2) Het meest aantal gespeelde wedstrijden.

3) De hoogste TPR (Tournooi Prestatie Rating)

Als twee of meer spelers in alle bovenstaande punten gelijk eindigen dan wordt de kampioen bepaald door loting.

Art. 3.2         Snelschaakkampioen is de speler van de vereniging die het hoogst eindigt in het in december te spelen (kerst)snelschaaktoernooi. Bekerkampioen is de winnaar van de finale van de bekercompetitie.

Art. 3.3         Na zowel winter- als lentecompetitie promoveren de nummers 1, 2 en 3 van alle groepen behalve Groep 1 naar de groep direct boven die groep.

Art. 3.4         Aan de start van zowel winter- als lentecompetitie wordt het aantal degradanten in alle groepen behalve de laagste bepaald door: Aantal deelnemers in groep – 17. Dit aantal van de laagst geklasseerde spelers in de eindstand van de respectievelijke groepen degradeert.

Art. 3.5         Indien bij aanvang van de competitie blijkt dat een groep boven de laagste groep uit minder dan 20 deelnemers bestaat, wordt die groep op basis van de vorige competitie aangevuld tot 20 deelnemers. Hierbij geldt dat de groep wordt aangevuld met – om de beurt – de hoogst geklasseerde, niet op grond van Artikel 3.3 gepromoveerde speler en vervolgens de hoogst geklasseerde, op grond van Artikel 3.4 gedegradeerde speler.

Art. 3.6 Indien bij aanvang van de competitie blijkt dat de laagste groep uit minder dan 15 deelnemers bestaat wordt deze samengevoegd met de groep daar direct boven; als blijkt dat de laagste groep uit meer dan 34 deelnemers bestaat wordt deze gesplitst in de bestaande groep en een nieuw op te richten lagere groep. De nummers 21 en lager, op basis van TPR, in de eindstand van de oude groep degraderen naar de nieuwe laagste groep

Artikel 4         Puntensysteem en rankschikking

Art. 4.1         Iedere speelronde krijgt een speler punten volgens de volgende verdeling:

Overwinning5 punten
Remise3 punten
Nederlaag1 punten
Niet ingedeeld of bye4 punten
Bekerwedstrijd (intern of extern)4 punten
Teamwedstrijd 3 punten
Training3 punten
Niet aanwezig2 punten
Niet aanwezig zonder af te melden0 punten

Onder teamwedstrijd wordt verstaan: het spelen voor een seniorenteam op vrijdag of zaterdag.

Een speler krijgt géén punten in de in Artikelen 5.2, 5.6, 5.7 en 5.8 beschreven gevallen.

In overige situaties beslist de intern wedstrijdleider over het aantal toe te kennen punten.

Art. 4.2 De indeling van een speelronde geschiedt aan de hand van de ranglijst. De voorkeur om een speler in te delen tegen een tegenstander waartegen nog niet is gespeeld, vervalt vanaf ronde 14. Een tweede partij tussen spelers is altijd met verwisselde kleuren van de eerste partij.

Art. 4.3         De rangschikking van een groep wordt bepaald door achtereenvolgens:

1) Het hoogst aantal behaalde punten.

2) Het minst aantal malen dat een speler nul punten heeft gekregen.

3) Het hoogste scoringspercentage.

4) Het meest aantal gespeelde wedstrijden.

5) De hoogste TPR (Tournooi Prestatie Rating)

Als twee spelers in alle bovenstaande punten gelijk eindigen dan wordt hun rankschikking, indien nodig voor de Artikelen 3.3, 3.4 en 3.5, bepaald door loting.

Art. 4.4         Indien een speler zich terugtrekt uit de competitie wordt deze speler in de rangschikking gehandhaafd, waarbij de betreffende speler de resterende ronden 2 punten per ronde krijgt.

Artikel 5         Afmelden en herindelen speelronde

Art. 5.1         Indien een speler op de speelavond verhinderd is, moet hij/zij zich uiterlijk op donderdagavond om 21.00u afmelden bij de intern wedstrijdleider.

Art. 5.2         Indien een speler zich na het in Artikel 5.1 genoemde tijdstip afmeldt, dan krijgt hij/zij een waarschuwing. Als een speler pas op de clubavond afmeldt of als hij/zij niet komt opdagen zonder afmelden dan krijgt hij/zij géén punten in plaats van een waarschuwing.

Art. 5.3         Indien een speler om 20.10u niet aanwezig is wordt hij/zij uit de indeling gehaald, behalve als de speler de intern wedstrijdleider voor dit tijdstip heeft ingelicht dat hij/zij later komt. De speler moet bij te laat komen uiterlijk om 20.30u aanwezig zijn. De klok wordt om 20.10u aangezet.

Art. 5.4         Alle spelers die om 20.10u geen tegenstander hebben worden, indien mogelijk, opnieuw ingedeeld. Dit geldt ook voor een speler die in de oorspronkelijke indeling geen tegenstander had en voor spelers waarvan de bekerwedstrijd geen doorgang vindt.

Art. 5.5         Een speler die komt opdagen nadat hij uit de indeling is gehaald krijgt een waarschuwing. Spelers die na 20.30u komen opdagen worden als niet opgekomen beschouwd.

Art. 5.6         Voor iedere tweede, derde etc. waarschuwing binnen dezelfde competitie krijgt de speler voor de betreffende ronde géén punten.

Art. 5.7         Een speler die niet opkomt voor een externe teamwedstrijd krijgt de betreffende speelronde géén punten voor de interne competitie.

Art. 5.8         Een speler die zonder afmelden niet komt opdagen wordt niet ingedeeld totdat hij bij de intern wedstrijdleider heeft gemeld dat hij weer wil worden ingedeeld. Artikel 5.2 blijft ook bij toepassing van dit artikel van kracht.

Artikel 6         Speeltempo

Art. 6.1 Voor de interne competitie geldt een speeltempo van 90 minuten per persoon per partij met een increment van 15 seconden vanaf zet 1. Voor de recreantencompetitie geldt een speeltempo van 40 minuten per persoon per partij.

Artikel 7         Indeling nieuw lid

Art. 7.1         De intern wedstrijdleider deelt een nieuw lid in één van de groepen in, rekening houdend met diens speelsterkte.

Art. 7.2         Indien een nieuw lid na aanvang van de competitie wordt ingedeeld krijgt hij voor iedere tot dan gespeelde ronde 2 punten.

Art. 7.3         Als een nieuw lid, naar beoordeling van de intern wedstrijdleider, te weinig kans heeft gehad om degradatie te voorkomen, wordt hij de volgende competitie in dezelfde groep ingedeeld. Als een nieuw lid, naar beoordeling van de intern wedstrijdleider, in een te lage groep is ingedeeld, wordt hij in de volgende competitie een groep hoger ingedeeld.

Artikel 8         Bekercompetitie

Art. 8.1         De bekercompetitie begint in de eerste ronde met 32 spelers. Als er meer deelnemers zijn, dan worden er zoveel voorrondewedstrijden gespeeld, als er nodig zijn om het aantal op 32 te brengen. De geplaatste spelers zijn hiervan zoveel mogelijk vrijgesteld. Als er minder deelnemers zijn, dan worden eerst de geplaatste deelnemers vrijgesteld van de eerste ronde. De overige vrije deelnemers worden geloot.

Art. 8.2         Het gehele speelschema wordt voor aanvang van de competitie ingeloot. De acht sterkste deelnemers zijn geplaatst, waarbij de winnaar van de laatste bekercompetitie als eerste en de huidige Clubkampioen als tweede zijn geplaatst. De kleurverdeling van de partijen wordt voor aanvang van de betreffende ronde geloot.

Art. 8.3         De intern wedstrijdleider kondigt de datum van een speelronde van tevoren aan. Partijen die geen doorgang kunnen vinden worden op een later tijdstip ingehaald. Spelers die geen bekerwedstrijd spelen worden ingedeeld voor de interne competitie.

Art. 8.4         Indien vier speelavonden na de begindatum van een speelronde een partij nog niet gespeeld is, kan de intern wedstrijdleider maatregelen nemen om de voortgang van de bekercompetitie te bespoedigen. Hierbij mogen spelers die veel afwezig zijn van de competitie worden uitgesloten.

Art. 8.5         Artikel 5 is ook van toepassing als de speler voor de bekercompetitie is ingedeeld, met de toevoeging dat een speler die niet komt opdagen zonder afmelden zijn bekerwedstrijd reglementair verliest.

Art. 8.6         Voor een bekerwedstrijd geldt het in Artikel 6 genoemde speeltempo. Indien deze partij geen winnaar oplevert, wordt er een snelschaakpartij van 5 minuten per persoon per partij gespeeld, waarbij de witspeler uit de eerste partij met zwart speelt. Als ook deze partij in remise eindigt, dan bepaalt de intern wedstrijdleider door loting de winnaar. De winnaar gaat door naar de volgende ronde.

Art. 8.6a       De bekerfinale wordt niet door loting beslist. Indien nodig, worden er snelschaakpartijen gespeeld totdat er een beslissing is gevallen. Iedere partij verwisselen de spelers van kleur.

Artikel 9         Rapidcompetitie

Art. 9.1         Aan het begin van het seizoen bepaald de intern wedstrijdleider hoeveel en op welke speelavonden de rapidcompetitie wordt gespeeld. Op elk van deze avonden worden drie rondes met een speeltempo van 25 minuten per persoon per partij gespeeld.

Art. 9.2         De indeling en de stand van de rapidcompetitie worden bepaald aan de hand van het keizersysteem, waarbij alle deelnemers in ­één groep spelen.

Art. 9.3         Voor een overwinning wordt de keizerwaardering van de tegenstander aan het puntenaantal toegevoegd. Bij een remise wordt de helft van de keizerwaardering van de tegenstander aan het puntenaantal toegevoegd. Indien een speler zich voor een speelavond heeft afgemeld, wordt eenderde van zijn eigen keizerwaardering bij zijn puntenaantal opgeteld. Indien een speler zich niet heeft afgemeld voor een speelavond en niet aanwezig is, krijgt hij geen punten voor de eerste partij van die avond. Hij wordt dan wel als afgemeld beschouwd voor de tweede en derde partij van die speelavond.

Artikel 10      Onvoorziene gevallen

Art. 10.1       In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of voor meerdere uitleg vatbaar is, beslist de intern wedstrijdleider. Tegen deze beslissing is schriftelijk beroep mogelijk bij het bestuur. Het beroep dient binnen een termijn van twee weken na de beslissing te worden ingediend bij de secretaris. Over het beroep wordt binnen een maand beslist.