De kop is eraf! CSV – SOF/DZP 6-2

Het is nu denk ik een jaar of 8 geleden, dat ik samen met Roel het troosteloze achteraf zaaltje van De Wel inliep en we ons allebei rot schrokken omdat het ‘instituut’ wat zo’n belangrijke rol in onze jeugd en leven had gespeeld op sterven na dood was. En plots schoten er allerlei beelden door mijn hoofd van de dingen die oh zo belangrijk voor me waren geweest. Van Wim Kersbergen die me schaken leerde op de Jac P Thijsseschool in de vierde klas, op dat moment het speellokaal van CSV; naar vrijdagavond douchen en  de spaghetti bolognese van mijn moeder eten (jaja 1x douchen per week was toen heel normaal), van de blikjes cola die ik daar dronk, verkocht door de zus van Harold van Dijk (waar ik stiekem een beetje verliefd op was). Van de altijd goedlachse voorzitter Co van Dijk, Paul Ham, Leo de Jager, Leo Vlug, jeugdleider Theo Schlink (waar ik altijd een beetje bang voor was, want die man kon echt schreeuwen). Van de samensmelting met de jeugd van Paradijssel, waardoor plots ook heel veel jongens uit Nieuwerkerk aan den IJssel zoals Leon Koster, Stefan Tabak en Reinoud Segers lid bij ons werden. Och Paradijssel: decor van de JCK’s, ravotten tussen de houten barakken waarna je snel weer achter je bord geroepen werd voor de volgende ronde (Theo kon écht hard schreeuwen), tekenen van een onbezorgde jeugd en voor mij het begin van een levenslange vriendschap met Roel die nog steeds bestaat. En daarna: De Gaarde, de Open Capelse Jeugdkampioenschappen, onze beruchte oudejaarsfeestjes, de jeugd die Nederlands Kampioen werd, het eerste team dat zich door de KNSB knokte en uiteindelijk als Ortec een jaar aan de Hoofdklasse mocht ruiken. Dat alles schoot die avond door mijn hoofd.

Waar het toe leidde, kunt u allen zien. In tegenstelling tot de trend in schaakland, waarbij verenigingen krimpen of zelfs helemaal ophouden te bestaan (met als laatste slachtoffer het roemruchte Volmac/ Rotterdam) bloeit onze vereniging tegen de golven in ook dankzij een vreselijk actieve voorzitter in de vorm van Eduard, de elke vrijdagavond vol enthousiasme de jeugd geduldig aan het instrueren is . Steeds meer oud-spelers vonden de weg terug die Mark ik en Roel toen voor ons zagen. Het eerste team speelde na een opmars weer landelijk, en ook in de Rotterdamse bond speelden we weer een rol. Weet u, schaken is voor mij vooral ontspanning, gewoon leuk, genieten met mijn vrienden, lachen, ok een beetje hersengymnastiek is voor onze leeftijd ook niet geheel onbelangrijk. En daarom snap ik best dat er ondertussen toch ook weer heel wat ex leden zijn afgevallen; Hans Hoornstra (nee Maastricht op en neer voor een potje schaken is niet ideaal). Stefan en Frieda (Leiderdorp is nu eenmaal ook een hele actieve vereniging met veel jeugd), Léon Koster, Ka Chun Lui en Jan Peter Bogers omdat ze niet de verplichting wilden voelen van moeten spelen. Maar toch blijven ze op één of andere manier verbonden en willen de meesten voor de lol best wel eens meedoen als dat nodig is, en ze kunnen. Zo ging er voor mij afgelopen vrijdagavond een nieuwe fase in. In tegenstelling tot alle eerder genoemde namen, die heel lang gestopt waren met schaken en pas later dachten: ach waarom ook niet; leuk een paar potjes meedraaien. Zijn Paul Schrama en Marc Trimp eigenlijk nooit gestopt met schaken en zijn ze al die jaren actief geweest in de KNSB voor een andere vereniging. Groot was dan ook mijn blijdschap toen afgelopen mei duidelijk werd dat Paul en Marc graag mee wilden spelen voor de RSB in het team met Roel en mij, en het feit dat de RSB en KNSB tegenwoordig losgekoppeld zijn wat tot gevolg heeft gehad dat veel sterke spelers nu hun opwachting in de promotie en eerste klassen maken zal ook een rol gespeeld hebben. En zo werd het nieuwe tweede geboren, oh nee pardon het eerste nu.

Afgelopen vrijdag was het zover: de eerste wedstrijd van het nieuwe seizoen. Met aan bord 1 Paul Schrama, bord 2 Marc Trimp, bord 3 Roel Trimp, bord 4 Jaap Rusch, bord 5 Walter Vermeer, bord 6 Arjan Terlouw, bord 7 ikke, en bord 8 Hans Uittenbogaard. Zowaar een erg sterk team dat in mijn gedachten mee kan doen om het kampioenschap, zeker aangevuld met wat eerder genoemde roemruchte namen op het moment dat het nodig is. Eerste verrassing voor mij; wauw we zijn niet eens het sterkste team in de poule ( die eer valt Sliedrecht ten deel), en ook niet op papier de nummer 2 (Erasmus heeft een buitengewoon homogeen team op de been gebracht). Tegenstander deze vrijdag het team van SOF/DZP, duidelijk verzwakt door de afwezigheid van hun eerste bord speler. Ik heb wel geprobeerd om aan hun verzoek tot vooruitspelen gehoor te geven, maar helaas was dat niet te regelen aangezien de week ervoor de eerste ronde KNSB plaats vond. En zo gingen om 20.00 de klokken aan onder de wedstrijdleiding van Eduard, die nog wat onwennig zich aan deze rol waagde. U weet schaaktechnisch, moet u niet bij mij zijn, ook niet wat betreft welke naam voor welke variant/opening, maar wellicht dat er in de loop van het seizoen wat schaakbijdragen van anderen zullen plaats vinden, en partijen zullen vast in de komende trainingen besproken worden.

Op bord 1 kwam Paul in een Siciliaan terecht. Wat bij mij altijd bewondering opwekt in de partijen van Paul is zijn gigantische rust in het spel. Stukken goed zetten, dreigingen neutraliseren, veldjes pakken, wachten op positionele foutjes van zijn tegenstander. Zo ook nu; Paul zet zijn stelling heel soepel op en maakt dankbaar gebruik van de opgegeven velden van zijn tegenstander om binnen te komen. Om 23.00 is het dan zover, Paul zet aan en onder druk van zijn paard capituleert wit onder de dreiging van of mat of dameverlies.

Op bord 2 had Marc zich zijn herintrede toch echt anders voorgesteld. Uit de opening komend weet hij een groot ruimtevoordeel op te bouwen, met als voordeel dat zijn tegenstander werkelijk tijd slurpt zoals een traditionele Amerikaanse slee uit de jaren ’60 benzine slurpt. Met als gevolg dat hij na een zet of 20 nog maar 35 seconden voor de hele partij heeft! Een groot voordeel zou je zeggen, maar op één of andere manier toch ook een nadeel. Als ik naar het bord kijk zie ik Marc nog steeds rustig noteren, zelfs als hij nog minder dan een minuut heeft en ik denk; wauw wat een ijskonijn! Dit blijkt echter op een misverstand te berusten, Marc is zich er niet van bewust dat noteren niet meer verplicht is als hij onder de 5 minuten bedenktijd komt in de RSB. In hoeverre dat heeft meegespeeld weet ik niet, maar Mea Culpa ik had dat als teamleider toch wel even moeten benadrukken. De partij dan verder; Marc ruilt af en krijgt op het eerste gezicht een overwicht van twee paarden tegen een toren. Echter een dieper inzicht in de stelling laat zien dat zijn paarden helemaal niet zo goed staan en geen aanvallende rol kunnen spelen, sterker nog om een pionnenopmars te stoppen is hij verplicht één van zijn paarden te geven en het daarop volgende eindspel is verloren.

Bord 3 dan: Roel speelt een voor mij totaal onbekende opening, waarvan ik later hoorde dat het de Svesnikov was ( oh is dat nu de wereldberoemde Svesnikov???). Het ziet er allemaal heel gecompliceerd uit, waarbij beide partijen het zeer nauwkeurig moeten spelen (pech voor Roel, zijn tegenstander blijkt het te kennen en de week ervoor zelfs op het bord te hebben gehad). Als ik kijk zie ik dat Roel een stuk voorstaat tegen wat pionnen, maar met zo’n open stelling dat de witte dame constant voor gevaar zorgt en je uiterst nauwkeurig met je koning moet manoeuvreren. Als ik weer kijk zie ik dat de paardwinst zelfs is uitgegroeid tot een volle toren voor en om eerlijk te zijn had ik het punt in gedachten al opgeschreven. Maar onder tijdsdruk, die enge witte dame, de mogelijkheid van zetherhaling of zelfs mat is hij gedwongen deze weer terug te geven en wordt tot remise besloten.

Jaap Rusch kan op bord 4 zijn favoriete aanvalsspel spelen, en speelt echt een dijk van een partij. Wint 1 en dan 2 pionnetjes op de damevleugel van zwart waardoor deze geheel open komt te liggen. Vervolgens kan hij rustig aan een pionnenopmars beginnen en legt de druk bij zijn tegenstander. Die bezwijkt uiteindelijk daaronder waardoor Jaap een mooie overwinning op zijn conto kan bijschrijven.

Op bord 5 speelt Walter. Net als ik zijn we allebei de laatste tijd erg gecharmeerd van de stonewall variatie in het Hollands, en ook Walter krijgt deze op het bord. Nu kenmerkt deze opening zich door de mogelijkheid om lekker op de koningsaanval te spelen, juist als beide zijden kort gerokeerd hebben. Iets wat ons allebei wel ligt en in ieder geval voor veel schaakplezier zorgt. Het is echter altijd oppassen voor wits activiteit aan de andere kant van het bord en het is noodzakelijk de boel daar goed vast te zetten. Walter krijgt zijn gewenste aanval over de g lijn en besluit twee torens tegen een dame te ruilen. Of het komt door tijdsdruk, of dat wit toch in staat is de damevleugel open te gooien in ieder geval ziet Walter geen winst meer en wordt er tot remise besloten.

Bord 6 dan: Arjan moet er dit seizoen nog echt even inkomen, en een zware verkoudheid speelt dan niet echt in je voordeel. Pardoes ziet hij een schaakje over het hoofd en wordt gedwongen om Kf1 te spelen waarna de witte toren op h1 wel heel zielig opgesloten zit en het erg veel tijd kost deze actief te maken. Dat is ook duidelijk te merken, want zuchtend en steunend sleept Arjan zich door de avond. Maar zoals wel vaker met Arjan vind hij telkens de juiste verdedigende zetten, zijn tegenstander laat voor mijn gevoel ergens wat liggen, en zowaar kan Arjan aan aanvallen gaan denken wat tot gevolg heeft dat hij de partij wint.

Mijn partij op bord 7 dan maar. Ook ik kom in mijn favoriete stonewall terecht. Nu speel ik het nog niet zo lang maar mijn tegenstander speelt het met e3 en c4 waardoor zijn zwarte loper van c1 zich in eerste instantie niet met de aanval kan bemoeien (oh blijkt wel bekend te zijn hoor ik later). In ieder geval blijft zijn zwarte loper te lang op c1 staan en schuift hij c5 door. Hierdoor ben ik in staat zijn structuur aardig te ondermijnen door a5 en b6 te spelen. Niet in staat dit te pareren met a3 en b4 (vanwege de hangende toren op a1) lukt het me om twee geïsoleerde witte pionnen op de e lijn te krijgen en win ik met een tussenschaakje ook nog de c pion van wit. Blijkbaar ziet hij de bui al hangen, want geeft direct daarna op, nu sta ik best goed en komt er uiteraard veel druk op die geïsoleerde pionnen, maar direct opgeven had ik toch niet gedaan, en zo scoorde ik binnen een uurtje het eerste punt.

Als laatste bord 8 waar Hans aan zijn eerste externe wedstrijd van het seizoen begint. Hans speelt blijkbaar tegen een invaller die op het laatste moment opgetrommeld is om toch vooral mee te spelen, of de beste man heeft een zware week achter de rug. In ieder geval mist hij tot twee keer toe het feit dat Hans toch echt een zet heeft gedaan, waardoor hij zelf aan zet is. Waarna hij bij de tweede keer verzucht: ik vind het ook helemaal niets dat schaken op vrijdagavond. Hans echter kan zich sinds de promotie van zijn geliefde Sparta op vrijdagavonden volledig op het schaken concentreren, en antwoord dan ook met; oh ja? Ik vind het juist geweldig schaken op vrijdagavond! Of het meegespeeld heeft weet ik niet, maar Hans kan naar hartenlust aanvallen en mag om 21.30 het tweede punt van de avond aantekenen.

Eindstand komt derhalve op 6-2 voor ons, een mooie score om mee te beginnen al denk ik dat een aantal teamleden toch op iets meer gerekend en gehoopt hadden. Daarmee komen we met directe concurrenten Sliedrecht en Erasmus aan kop, en worden die twee (helaas) uitwedstrijden dit seizoen cruciaal. Volgende ronde op 22 november tegen Dordrecht 3 dat ook de eerste ronde gewonnen heeft. Een thuiswedstrijd waarna er hopelijk weer wat meer duidelijk wordt wat betreft de mogelijkheden dit jaar.